In 2026 heeft de Nederlandse markt zich opnieuw in een positie bevonden waarin lokale aandelen bewegen op basis van het bredere macroklimaat: olie, Europees gas, rentes en wereldwijde risicoappetijt. Dit is vooral zichtbaar in Nederland vanwege de markstructuur: enerzijds bevat ze rente- en cyclusgevoelige technologieverhalen zoals ASML; anderzijds wordt Europa opnieuw geconfronteerd met dure energie na de opleving van olie en gas als gevolg van het conflict rond Iran.
Voor de bredere markt is het vaak genoeg om naar Brent te kijken, maar voor Nederland — en Noord-Europa in het algemeen — is TTF-gas ook van belang. Het front-maandcontract aan de TTF-gashub, Europa’s belangrijkste benchmark, sprong met ongeveer 40% naar €44.51 per MWh toen het conflict escaleerde en de risico's voor LNG-aanvoer toenamen.
Op 4 maart bereikte Europees gas vervolgens een driejarig hoogtepunt van €65.79 per MWh, waarmee de angst voor een energieschok scherp terug op de radar kwam. Voor de Nederlandse markt is dit geen abstract thema: TTF is letterlijk de lokale prijsbenchmark voor Europees gas.
ASML is geen energiebedrijf en profiteert niet direct van dure grondstoffen. Het is een wereldwijd technologieverhaal dat sterk gevoelig is voor de kapitaaluitgaven-cyclus, rentes en het bredere sentiment in de technologiesector.
Reuters schreef al in juli 2025 dat het bedrijf had gewaarschuwd dat het mogelijk zijn groeivooruitzicht voor 2026 zou missen vanwege onduidelijkheid rond tarieven en vertragingen in investeringsbeslissingen van klanten. Met andere woorden: ASML begon 2026 al in een omgeving die verre van rustig was.
Als daar bovenop een nieuwe energieschok komt, wordt de marktdynamiek strenger. Stijgende rendementen en de vrees dat rentes langer hoog blijven zetten druk op de waardering van bedrijven waarvan de waarde sterk afhankelijk is van toekomstige vraag en een lange investeringscyclus.
De Nederlandse markt is niet alleen ASML, maar ASML is precies wat de AEX extra gevoelig maakt voor globaal tech-sentiment. Begin dit jaar was een stijging van 7% in ASML de belangrijkste aanjager van de Europese techsector. Dat toont duidelijk de risico-structuur: wanneer een groot technologieverhaal de toon zet, gaat de index meer handelen op wereldwijde macrokrachten dan op de lokale economie.
In periodes als deze wordt de AEX tegelijk via meerdere externe kanalen aangestuurd: energieprijzen, rendementen, de dollar en verwachtingen voor de wereldwijde vraag naar halfgeleiderapparatuur.
Voor de Europese technologiesector is dure energie niet direct gevaarlijk, maar wel via tweede-orde-effecten. Hogere energieprijzen verstevigen inflatieverwachtingen en vergroten vervolgens het risico op een agressievere rentecurve.
Voor ASML creëert dat een dubbele druk.
Aan de ene kant drukken stijgende rentes multiples en verminderen ze de bereidheid van de markt om te betalen voor een langlopende technologiekans.
Aan de andere kant maakt de bredere toename van macro-risico klanten voorzichtiger met grote kapitaaluitgaven.
Het betekent dat beleggers meer moeten volgen dan alleen ASML’s winstberichten. Ze moeten ook TTF-gas, Brent, renteverwachtingen en de algemene richting van Europa’s techsector in de gaten houden. Wanneer gas en olie tegelijk stijgen en de markt inflatie vreest, handelen Nederlandse aandelen steeds meer als onderdeel van het wereldwijde risicokomplex.
Daarom hangt het antwoord op de vraag “is ASML nu koopwaardig?” van meer af dan vertrouwen in de halfgeleidercyclus. Het hangt ook af van de vraag of Europa vast blijft zitten in een regime van dure energie en duur geld. Als dat regime afzwakt, kan de Nederlandse markt zich snel herstellen. Zo niet, dan blijft macro-risico de belangrijkste aanjager.